201803.07
3

Een boete op grond van de Tabakswet – betalen of bezwaar maken?

TabakswetAls het gaat over boetes voor overtreding van de Tabakswet, bijvoorbeeld in het kader van het rookverbod of de verkoop aan minderjarigen, krijg je van veel (horeca)ondernemers dezelfde reactie: ‘betaal maar gewoon want je kunt er toch niets aan doen’.  Dat is niet altijd zo. Hieronder bespreken we twee uitspraken en laten wij zien dat het kan lonen om het debat wel aan te gaan.

Roken in een coffeeshop

In een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven stond de vraag centraal of artikel 11a van de Tabakswet was overtreden, kort gezegd het rookverbod. Wat was er aan de hand? Twee controleurs hielden een controle in een coffeeshop. In hun rapport schreven de controleurs dat zij in de coffeeshop “de voor tabaksproducten typerende blauwachtige rook” zagen en de “typische penetrante geur van tabakslucht” hadden geroken. Ook stond in dat proces-verbaal dat de controleurs merkten dat de rook en geur afkomstig was van de joints die op dat moment door klanten van de coffeeshop werden gerookt.

De coffeeshop voerde uitgebreid en gemotiveerd verweer tegen de boete. Zo wees de coffeeshop op fouten en onnauwkeurigheden in het proces-verbaal. Ook voerde zij aan dat de kleur rook van een joint met tabaksvervanger hetzelfde kan zijn als de kleur rook van een joint met tabak. Bovendien konden de controleurs niet zien of ruiken of er tabak werd gerookt omdat de geur van de hasj of wiet de geur van tabak en tabaksvervanger toch overstijgt, stelde de coffeeshop. Omdat de controleurs niet hebben vastgesteld of er wel tabak werd gerookt én ook niet hebben gecontroleerd of in de coffeeshop tabaksvervanger werd verkocht, vond de coffeeshop de overtreding niet bewezen.

Het oordeel van het CBB komt er op neer dat er niet zo maar van kan worden uitgegaan dat de controleurs door simpelweg te kijken of te  ruiken de conclusie kunnen trekken dat er tabak werd gerookt. Omdat er verder onjuistheden stonden in het proces-verbaal, er geen melding is gemaakt van de aanwezigheid van potten met tabaksvervanger én er niet is gevraagd aan mensen in de coffeeshop wat zij precies aan het roken waren, werd het hoger beroep gegrond verklaard en de boete vernietigd. De coffeeshop trok dus aan het langste eind.

Verkoop tabak aan minderjarige

In een andere zaak, bij de Rechtbank Rotterdam, ging het om een boete die was opgelegd voor de verkoop van sigaretten aan een minderjarige. Wat was hier gebeurd? De controleurs, die in het proces-verbaal niet bij naam maar met een getal worden aangeduid, zagen in een winkel iemand een pakje sigaretten kopen en spraken deze klant na de aankoop aan. Zij verklaarde inderdaad een pakje sigaretten te hebben gekocht, vertelde dat ze 17 jaar oud was en gaf persoonsgegevens op. Die persoonsgegevens werden geverifieerd bij de meldkamer van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en bleken overeen te komen met de gegevens uit de Basisregistratie personen, volgens het proces-verbaal.  ‘Case closed’ zou u denken, maar dat bleek niet het geval.

De winkel voerde als verweer onder meer aan dat de beide controleurs maar ook de klant in de processen-verbaal anoniem zijn gebleven. Hierdoor was het onmogelijk om aan te tonen dat de klant wél 18 jaar oud was. Dat zou in strijd zijn met de onschuldpresumptie. Ook voerde de winkel aan dat de controleurs direct de winkelbediende hadden moeten benaderen zodat meteen adequaat verweer gevoerd had kunnen worden tegen de vermeende overtreding.

De rechtbank gaf de winkel gelijk en oordeelde allereerst dat de bewijslast van de verkoop aan een minderjarige op het bestuursorgaan rust. De rechtbank vond ook dat er een goede reden moet zijn om de identiteit van getuigen geheim te houden. Als dat al gebeurt, dan moeten er voldoende compenserende maatregelen moeten worden genomen om op basis van die anonieme verklaringen tot opleggen van een boete te mogen komen. Omdat de identiteit van de toezichthouders én de klant hier niet uit de stukken bleek, vond de rechtbank dat er geen mogelijkheid meer was om nog een inhoudelijk verweer te voeren. Daarbij liet de rechtbank ook meewegen dat de winkelbediende niet is aangesproken, terwijl dat in het kader van zorgvuldig onderzoek wel moeten gebeuren. De rechtbank concludeerde dat door deze gang van zaken de eis van hoor en wederhoor is geschonden en dat het uitgevoerde onderzoek onvolledig en ondeugdelijk was. De conclusie van het bestuursorgaan dat sprake was van een overtreding van de Tabakswet mocht daarom niet uit het proces-verbaal getrokken worden. Het beroep werd daarom gegrond verklaard.

Conclusie

Deze voorbeelden uit de praktijk tonen aan dat het toch zinvol kan zijn om bezwaar te maken tegen een boete op grond van de Tabakswet. Als u het debat aan wilt gaan, dan moet het bezwaar de overtreding zoveel mogelijk inhoudelijk betwisten. Het boetedossier moet u altijd opvragen. Dat dossier kan de argumenten voor het bezwaar duidelijk maken. Houd bij dit alles in het achterhoofd dat wanneer het door u ingestelde bezwaar uiteindelijk toch geen succes heeft er meestal geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken, zodat de financiële risico’s van procederen beperkt zijn.

Wilt u een advocaat inschakelen om een bezwaarprocedure te voeren? Of wilt u meer weten over de toepasselijke regelgeving? Dan bent u bij Horeca-advocaten aan het juiste adres. Neem direct vrijblijvend contact op.