201811.02
0

Leidinggevende drinkt in de eigen horecaonderneming: levensgevaarlijk

vergunninghouder en leidinggevendeHoe gevaarlijk het kan zijn om als horeca-exploitant en leidinggevende een borrel in je eigen kroeg te drinken, zien we maar weer eens in een recente zaak van 30 oktober 2018 die diende bij de rechtbank Gelderland. Wat was het geval?

Wat deed de leidinggevende?

Toezichthouders bezochten om 01:45 uur een horecagelegenheid en troffen vier personen aan. De eigenaar (tevens leidinggevende) van de horecagelegenheid was volgens de toezichthouders onder invloed van alcohol omdat hij met dubbele tong sprak en bier dronk. Ook de overige aanwezigen dronken alcohol en zouden onder invloed zijn geweest. De eigenaar verklaarde niet te weten dat het al bijna 02:00 uur was en liet weten dat de inrichting reeds gesloten had moeten zijn. Verder verklaarde hij dat een aanwezige vrouw achter de bar had gewerkt en op de vergunning stond. Later zou de vrouw hebben bestreden dat zij op de vergunning stond. Tot slot zagen de toezichthouders een bier drinkende gast achter de bar die niet als leidinggevende op de vergunning stond.

De bevindingen van de toezichthouders werden genoteerd in een bestuurlijke rapportage. Ook werd daarin meegenomen dat de exploitant enkele maanden eerder nog een waarschuwing had gekregen voor het meermaals rijden onder invloed. Op basis van dat rapport besloot de burgemeester om de verleende drank- en horecavergunning in te trekken. Aan het intrekkingsbesluit legde de burgemeester ten grondslag dat de exploitant in kennelijke staat van dronkenschap verkeerde. Slecht levensgedrag, zegt de burgemeester.

Nadat de exploitant in zijn zienswijze de gedraging heeft erkend, is er bezwaar gemaakt en is de rechtbank in een spoedprocedure (een voorlopige voorziening) verzocht om het besluit van de burgemeester te schorsen. In die spoedprocedure stelde de exploitant zich -kort gezegd- op het standpunt dat hij niet onder invloed was en kwam hij met twee verklaringen van getuigen die aangaven dat de exploitant niet onder invloed was op het moment van de controle. Opvallend is nog dat hij bij de rechtbank verklaarde in zijn zienswijze niet te hebben aangegeven dat hij niet onder invloed was, omdat hij tijdens het gesprek niet de goede verstandhouding met de gemeente wilde verstoren.

Het oordeel van de rechtbank

Uiteindelijk constateert de voorzieningenrechter dat de bestuurlijke rapportage niet op ambtseed is opgemaakt en slechts door één toezichthouder is ondertekend. Verder wijst de rechter op het feit dat enkel wordt gewezen op het spreken met dubbele tong. Niet wordt aangegeven in de rapportage, zoals wel bij een andere bezoeker is gebeurd, dat de adem van de exploitant naar alcohol rook. Ook is er geen ademtest afgenomen en heeft de rechter bij de zitting vastgesteld dat de exploitant geen gemakkelijke prater is, zodat het voorstelbaar is dat hij tijdens het gesprek met de toezichthouders niet goed uit zijn woorden kwam. Die omstandigheden, samen met het feit dat er twee verklaringen zijn ingebracht waarin staat dat de exploitant niet onder invloed verkeerde, maakt dat de rechter naar voorlopig oordeel niet overtuigd is van het feit dat de exploitant onder invloed verkeerde. De beslissing om de drank- en horecavergunning in te trekken werd dus geschorst.

Wat kunt u leren van deze uitspraak?

Wat ons betreft zijn er twee lessen te trekken uit deze uitspraak:

  1. Niet drinken in uw eigen horecagelegenheid;
  2. Ontstaat er een probleem met één van uw vergunningen, schakel dan direct een specialist in.
Contact

Wilt u meer weten over de zaak, dan kunt u de uitspraak hier terugvinden. Verder kunt u voor opmerkingen of vragen altijd contact met ons opnemen. Onze deskundige advocaten zijn telefonisch bereikbaar maar ontvangen u ook graag bij ons op kantoor in Den Bosch.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *